Evolutie van de taal degeneratie en devaluatie gedachtegoed

3

Evolutie van de taal, oftewel de totale degeneratie en devaluatie van het gedachtegoed.Meneer, wat is gezag?” vroeg een leerling bij het invullen van een enquête die ik jaarlijks afneem bij mijn klassen. “Gezag is dat jij doet wat ik zeg!” antwoordde ik. “Oh, dat hebt u wel” zei hij en vervolgens ging hij weer verder met de enquête. Waarop een andere leerling bedacht: “Oh, dus daarom lijken die woorden op elkaar!”

Kenmerk van de Heere Jezus was dat Hij sprak met gezag, in tegenstelling tot de Farizeeën  en andere Schriftgeleerden (Matthéüs 7 : 29, Lukas 7 : 8) die wel veel woorden gebruikten (Matthéús 6 : 7), maar niet bij machte waren om ook daadwerkelijk iets over te brengen. Ander kenmerk van de Heere Jezus was dat Hij regelmatig met innerlijke ontferming bewogen werd (Matthéüs 15 : 32, Lukas 7 : 13) en barmhartigheid toonde. (Matthéús 9 : 13, Markus 1 : 41)

Barmhartigheid, erbarmen, gezag en ontferming, het zijn woorden die we tegenwoordig nauwelijks meer kennen. Respect en medelijden komen er nog bij in de buurt, maar dan heb je het ook wel gehad. Het zijn woorden die verwoorden hoe mensen een mate van betrokkenheid bij elkaar kunnen hebben en zich verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de ander. Het is droevig gesteld met de taal en daarmee met ons als samenleving, want wanneer we dergelijke woorden niet meer kennen, kunnen we de gedachte erachter niet meer overbrengen en verdwijnt dit besef uit ons gedrag. Te stellen dat we dit merken in onze samenleving, lijkt mij het intrappen van een open deur.

Sowieso heb ik mij er tientallen jaren (ik ben inmiddels 41) wel eens over verbaasd dat veel woorden in vergetelheid raken, maar dat er aan de andere kant vrijwel geen nieuwe woorden meer bijkomen. Woorden krijgen wel andere betekenissen, maar er komen geen woorden bij. Hier lijkt het menselijk brein niet toe in staat. Hooguit is er sprake van samentrekkingen van bestaande woorden, eventueel uit andere talen. Om nieuwe uitvindingen een naam te geven, gaan we veelal terug op de klassieke (dode) talen van het Grieks en Latijn, hoewel de jeugd voor hun gedrag en verbale communicatie liever minder cultuurrijke talen lijkt te gebruiken. De termen computer en telefoon zijn woorden of samentrekkingen van woorden uit respectievelijk het Latijn en Grieks, smartphone is simpelweg een samentrekking van het Engelse ‘smart’ (= slim) en het Griekse ‘phōnē’ (= stem of geluid).

Verrijking van de taal is dus sowieso nonsens: taal wordt niet rijker wanneer we woorden uit andere talen lenen. Het is uit armoede, uit gebrek aan bezit, dat we iets van een ander lenen. Uit armoede gebruiken we hetzelfde woord voor verschillende zaken. Wanneer een taal rijker is, heeft het meer woorden voor min of meer dezelfde dingen. Het Inuit (taal van de Eskimo’s van Groenland en Canada) bijvoorbeeld schijnt ruim een dozijn woorden te hebben voor een besneeuwde helling. Aan de taal kun je zien welke zaken van belang zijn voor het gedachtegoed van de betreffende samenleving. In het Nederlands maken we hiervoor veelal gebruik van bijvoeglijke naamwoorden, hoewel die oorspronkelijk ook veelal als zelfstandig naamwoord de aanduiding van een bepaalde idee of toestand dan wel situatie waren.

Zoals een schilderij met een grotere kleurenrijkdom meer nuance aan kan geven en een gedetailleerder beeld kan schetsen, zo is het ook met de taal. Hoe minder woorden je tot je beschikking hebt, des te minder duidelijkheid je kunt schetsen, des te minder duidelijk je onder woorden kunt brengen wat het verschil is tussen twee begrippen, omdat je minder woorden hebt om het onderscheid te maken. De Bijbel in gewone taal kent nog geen 4000 woorden. De Statenvertaling kent 21.549 verschillende woorden, het Oude Testament frappant genoeg bijna twee keer zoveel (15.858) als het Nieuwe Testament (7.931). Ook hier zien we hoe taal armer wordt in de loop der eeuwen. Het Oude Testament, dat minstens 400 jaar ouder is dan het Nieuwe Testament, laat zien dat er in die tijd al degeneratie van taal was. Van het Oude Testament staan vooral de oudere boeken bekend om hun bloemrijke taalgebruik. Zoals bijvoorbeeld de zogenaamde ‘Wijsheidsboeken’ (Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied) in stijl bekend als Hebreeuwse poëzie: het is uiterst hoogstaande literatuur en zelfs dát al bleek ontoereikend om ideeën die overgedragen werden door gesproken woorden vast te leggen. De Masoreten hebben niet voor niets allerlei tekentjes aan de letters toe moeten voegen om het ene woord van het andere woord te onderscheiden. Want ondanks dat er dezelfde letters voor gebruikt werden die ook nog eens in dezelfde volgorde stonden waren het verschillende concepten die verschillend verwoord moesten worden met ogenschijnlijk hetzelfde woord. In het begrijpend lezen kennen we hiervoor nog termen als klemtoon en intonatie. De ouderen onder ons gebruiken er nog van die dingetjes voor die ze aanduiden als ‘accent grave’, ‘accent aigu’ en dergelijke.

Taal evolueert en ontwikkelt zich, wordt beweerd door mensen die er verstand van zeggen te hebben. Maar de taal, het geschreven en gesproken woord en het gedachtegoed, zoals dit van generatie op generatie overgedragen wordt, spreekt dit overduidelijk tegen. Wat men tegenwoordig aanduidt als evolutie en ontwikkeling, is ook in de taal (net als in de biologie), domweg een enorme verarming en degeneratie. Toen in de 12e eeuw vooraanstaande dames zich wilden toewijden aan God en daarom Christus tot bruidegom namen, gingen zij voortaan als Begijnen door het leven. Begijnen zijn vrouwen die zich wijden aan God, maar geen kloosterlijke geloften afleggen. Ze leefden wel collectief samen en hielden zich vooral bezig met liefdadigheid. Bron: https://www.encyclopex.com/begijnen. De geschriften die zij achterlieten, (in die tijd begon men al met het schrijven in de volkstaal, Erasmus en Luther, waren heus de eerste niet) getuigden van een hoogstaand gedachtegoed dat verwoord werd door dames die onderlegd waren en wisten hoe zij, beter dan ik, iets onder woorden moesten brengen. Het was hoogstaande literatuur waarvan sommige werken tot op de dag van vandaag in hoog aanzien staan. Dat dit al snel erodeerde tot wat een docent van mij omschreef als ‘het onnozele niveau van de liefdesbrieven van een verliefde brugpieper’, mag met de idee van degeneratie in het achterhoofd u niet meer verwonderen.

Dat alle talen ter wereld dezelfde oorsprong (het Hebreeuws) hebben, was een idee dat zelfs de grote rechtsgeleerde Hugo de Groot nog onderbouwde in een dissertatie. Vreemd genoeg is dat in de vergetelheid geraakt, terwijl zijn werken over het maritieme recht nog steeds geraadpleegd worden. Een kwestie van commercieel belang vermoed ik. Toch lijkt me het idee van de gemeenschappelijke oorsprong van de talen een juiste conceptie. Het grote aantal woorden dat veel talen gemeenschappelijk hebben, lijkt me hiervoor een niet geringe aanwijzing. Dat men van Perzië tot Engeland hetzelfde woord voor ‘moeder’ gebruikt, namelijk ‘mater’ en ‘mother’ werd me al eens voor de voeten geworpen als bewijs voor het idee dat de Babylonische Spraakverwarring nooit zou hebben plaatsgevonden. Maar juist een woord als moeder lijkt me daar geen bewijs voor. Ieder kind kent zijn moeder, het is het eerste woord dat we leren en het laatste woord dat vele stervenden prevelden op de duizenden slagvelden in de loop der eeuwen. Maar het is wel het laatste woord wat je nodig hebt bij een complexe bezigheid als het organiseren van een enorme hoeveelheid bouwmaterialen en de gigantische hoeveelheid verschillende gereedschappen die nodig zijn voor het bouwen van ‘een toren die tot in de hemel reiken zal’. Juist daarvoor waren woorden nodig die van zeer hoge orde zijn, woorden met hoge status, omdat ze abstracte zaken concreet maken en zorgen dat mensen de idee ervan kunnen bevatten. Het zijn díe woorden die als eerste in de vergetelheid en ongebruik raken wanneer mensen God loslaten.

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”, zo staat er in het evangelie van Johannes (als je tenminste een goede Bijbel hebt. In sommige Bijbels is men hier al het spoor bijster). God is de oorsprong, het begin van alles en zeker van het bewustzijn, van orde, structuur en harmonie. ‘Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt dat gemaakt is.” (Johannes 1 : 1-3) God had dus voor alles wat bestaat een apart woord. Alles wat is, is tot bestaan geroepen toen God het Woord uitsprak. Toen God Adam formeerde uit de klei van de aarde en in neusgaten de levensadem blies, werd Adam tot een levende ziel. De eerste taak van Adam vervolgens was het geven van een naam aan alle dieren. Een naam die het wezen – de essentie – van die diersoort zou vatten in een woord. Wat een onwaarschijnlijke woordenschat moet Adam daarmee hebben gesproken! Schattingen van de soortenrijkdom van de dieren op aarde variëren op dit moment van 3 tot 30 miljoen en dan laten we even buiten beschouwing hoeveel diersoorten er in de geschiedenis van de mensheid zijn uitgestorven. Zelfs al zou Adam slechts de gewervelde dieren (vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren) een naam hebben gegeven, dan nog zou hij grofweg 100.000 woorden nodig gehad hebben om de aard van iedere diersoort te vatten in een woord.

We hebben woorden nodig om een bepaald besef, een idee, een gedachte, een principe over te kunnen brengen op iemand anders. Wanneer we iets niet onder woorden kunnen brengen, hebben we het ons onvoldoende eigen gemaakt.

Het afgelopen jaar heb ik zo’n 12 keer Bijbelstudie mogen geven aan studenten en één van de dingen waar we tegenaan liepen, was dat er verschillende vertalingen gebruikt werden. Soms hielp het om een bepaald vers op verschillende manieren verwoord te horen om zodoende een andere invalshoek te horen, maar over het algemeen werden er synoniemen gebruikt voor woorden die we tegenwoordig nauwelijks nog gebruiken. Helaas echter werden er ook woorden gebruikt die we als synoniem van dat woord zien, maar die een compleet andere gedachte als achtergrond hebben. Zodoende ging een groot deel van de boodschap die het bewuste Schriftgedeelte duidelijk wilde maken, verloren in de nieuwere vertalingen. Een synoniem verwoordt namelijk een bepaald aspect van iets. Wanneer je voor een bepaald idee of concept meerdere woorden gebruikt, beschrijf je het van verschillende kanten, benader je het vanuit verschillende gezichtspunten en krijg je een completer beeld. Hoe minder verschillende woorden je gebruikt, des te eenzijdiger en beperkter je beeld van dat idee.

Om echt studie te doen, om besef te krijgen van de geweldige rijkdom van Gods Woord, hebben we woorden nodig die vatten wat de gedachte is die het Woord van God ons duidelijk wil maken. Woorden als ‘genade’, heerlijkheid’, ‘heiligmaking’, ‘kastijding’, ‘lijdzaamheid’, ‘majesteit’, ‘opwassen’, ‘reiniging’, ‘vermaning’ vertroosting’, ‘zaligheid’, ‘en ‘zoon’.

Ik hoop maar dat ze volgend jaar allemaal een Statenvertaling aangeschaft zullen hebben.

Ik hoop maar dat ze volgend jaar allemaal een Statenvertaling aangeschaft zullen hebben. De kreet “Ik doe al jaren Bijbelstudie, ik zit al jaren in de kerk en niemand heeft me dit ooit verteld!” klinkt nog na in mijn oren. Ze hadden nooit de woorden gehad om het idee te hebben dat er meer was dan ‘de preek van de week voor de dagelijkse praktijk’. In de modernere vertalingen gaat bijvoorbeeld al snel het verband tussen Genesis 15 : 5, 1 Korinthe 15 : 37-49 en Galaten 3 : 16 verloren (zie hiervoor de blog over Abraham, binnenkort te lezen). Dat we een tekst niet begrijpen komt niet doordat gebruikte woorden te moeilijk zouden zijn, maar omdat de achterliggende gedachte ons ontgaat. We hebben simpelweg onvoldoende besef van het Plan van God met deze Schepping om te begrijpen wat Hij zegt, maar wees gerust, wanneer u zich blijft voeden met het Woord van God, zal Zijn Geest uw ogen openen en u doen verstaan wat de Heer door Zijn Woord tot u zegt.

“Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten. Want gelijk de regen en de sneeuw van den hemel nederdaalt, en derwaarts niet wederkeert; maar doorvochtigt de aarde, en maakt, dat zij voortbrenge en uitspruite, en zaad geve den zaaier, en brood den eter; Alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn, het zal niet ledig tot Mij wederkeren; maar het zal doen, hetgeen Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waartoe Ik het zende. (Jesaja 55 : 8-11)

Mocht u hier meer over willen weten, dan raad ik u de volgende stukken (op deze website) aan:

Het onderpand der erfenis

Het Woord is en brengt leven

Van Heerlijkheid tot Heerlijkheid


Evolutie van de taal

(Bekeken: 210 keer, 1 x vandaag)
Delen via:

Over de auteur

Willem van Stempvoort

Ik ben gelukkig getrouwd, vader van 2 jongens, christen en leraar biologie en geschiedenis op een christelijke middelbare school in het midden van het land. Veel van mijn inspiratie voor mijn blogs komt vanuit deze vakken. Die bevestigen dat de Bijbel het Woord van God is.

3 reacties

  1. Beste Willem,

    Je schreef:

    “Meneer, wat is gezag?” vroeg een leerling bij het invullen van een enquête die ik jaarlijks afneem bij mijn klassen.
    “Gezag is dat jij doet wat ik zeg!” antwoordde ik. “Oh, dat hebt u wel” zei hij en vervolgens ging hij weer verder met de enquête.

    Wat mooi dat je het begrip “gezag” eens te berde brengt. Het is echter jammer dat je niet aangeeft dat gezag altijd gedelegeerd wordt. Dit is ook zo m.b.t. het gezag in de bijbel waar Jezus tegen zijn discipelen zegt: “zoals de Vader mij gezonden heeft zo zend ik ook U”. Hier wordt het gezag door de Vader gedelegeerd aan Jezus en Jezus op zijn beurt heeft dit gezag aan zijn discipelen gedelegeerd. Die ook weer op hun beurt uit hun kring van discipelen dit gezag over droegen. Zij hadden immers de macht van Jezus ontvangen om te binden en te ontbinden (Mat. 16). Zo krijg je door de hele geschiedenis een ononderbroken ketting van gedelegeerde gezagsdragers in de Gemeente die Jezus gesticht heeft tot op de huidige dag aan toe. Dit gezag komt van al zo hoge van al zo veer.

    Het Nieuwe Testament als ik het goed heb is in het Grieks geschreven, hoewel Jezus in de wereld waarin hij leefde Aramees gesproken werd. Naarmate de tijd voortschreed is zijn het OT en NT vanuit de oorspronkelijke talen vertaald in wel zo`n beetje alle “moderne” talen waaronder het Nederlands, dit is een redelijk klein taalgebied in tegenstelling van bijvoorbeeld het Engelse- en het Spaanse taalgebied. Nu staat bij jou de Statenvertaling in hoog aanzien, maar deze vertaling heeft niet kunnen voorkomen dat er meerdere verschillende kerkgenootschappen zijn ontstaan toen deze nog de standaardbijbel was voor kerkelijk Nederland t.g.v. van verschillende interpretaties van diezelfde Statenvertaling. Voor de Engels sprekende wereld zal het niet veel beter zijn voor die groeperingen die bij de King James bijbel zweren

    Luther heeft in de 16e eeuw het gezag van hen die door een eeuwenlange opeenvolging waren aangesteld om zijn Gemeente te leiden verplaatst naar de bijbel alleen met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Als je vandaag de dag door wat wordt genoemd de bible belt rijdt waar in de wereld dat ook moge zijn, dan zie je op elke hoek van de straat wel een gebouw van een of andere kerkgenootschap staan en daar is Luther dan debet aan. Duizenden en nog eens duizenden bijbel interpreterende kerkgenootschappen kunnen niet anders omdat men het centrale gezag van de Gemeente die Jezus stichtte heeft verworpen . Dat had Luther vijfhonderd jaar geleden ook niet kunnen bedenken dat zijn werkwijze tot zo`n verwarrende situatie zou leiden en daar doet het gebruik van de Statenvertaling niets aan, hoe mooi die vertaling ook is, omdat er geen centraal gezag wordt geaccepteerd, dan zijn alle interpretaties even goed. Het is relativisme op zijn best.

    Jezus heeft ons één Gemeente gegeven mét gezag, Luther en velen met hem hebben dit terzijde geschoven en zij hebben dit gezag zich zelf toebedacht, zelf vermeend gezag is in feite geen gezag.
    Want alleen de ene Gemeente die Jezus gesticht heeft komt dit gezag toe om beslissingen in zake de geloofsinhoud te nemen van wat we moeten geloven wat ons is overgeleverd in woord en geschrift, zoals in de situatie handelingen 15. Daar ging het er over of men wel of niet besneden moest worden om tot de Gemeente van Jezus te behoren. Want er staat “Want het heeft den Heiligen Geest en ons goed gedacht, ulieden geen meerderen last op te leggen dan deze noodzakelijke dingen…..” En daarmee was de kous af, het werd geaccepteerd door heel de Gemeente van die dagen. Wie dit gezag, door Jezus ingesteld, niet meer vermag te zien dat is de echte degeneratie en devaluatie van gedachtegoed. Niet de Bijbel maar de Gemeente is de zuil der waarheid.

    Hier nog een link die het gezag in de Gemeente nog eens haarfijn analyseert.
    http://www.calledtocommunion.com/2017/04/the-scriptures-the-spirit-and-the-sheepfold-a-reply-to-dr-wes-bredenhof/

    Groet

  2. Pingback: Vele kerken, één Gemeente - Stichting Vlichthus - Blog Willem van Stempvoort

  3. Pingback: De huidige tijdgeest - Stichting Vlichthus - Blog Willem van Stempvoort

Reageren