Efeze – Studie nr. 98 uit de serie “De gedachte is …” De Brief aan de Efeziërs (statenvertaling.net)
Efeze 1 : 3, 5 en 4 : 1
Gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met elke geestelijke zegening in den hemel in Christus.
Die ons te voren verordineerd heeft tot zoonstelling, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.
Zo bid ik u dan, ik, de gevangene in den Heere, dat gij wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt;
“Mede gezet in den hemel in Christus Jezus
De eerste drie hoofdstukken van Efeze gaan over de Gemeente als zodanig. Die is “mede gezet in den hemel in Christus Jezus”. (Efeze 2 : 6) Dat geldt daarmee ook voor elk individueel Gemeentelid. Net als deze “verordinering” van Godswege. Die is er ín Christus, in Hem alleen.
“Die ons te voren verordineerd heeft tot aanstelling tot zonen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.” (Efeze 1 : 4 – zie artikel “Uitverkiezing in de Bijbel”)
Zeven geestelijke zegeningen in Christus
De Brief aan de Efeziërs begint in feite met het opnoemen van de zeven “geestelijke zegeningen in Christus”, te weten:
1. God heeft ons uitverkoren in Christus.
2. God heeft ons verordineerd tot zoonstelling.
3. God heeft ons begenadigd in Christus.
4. God heeft ons verlost van de macht van de zonde en onze zonden vergeven.
5. God heeft ons de verborgenheid van Zijn wil bekend gemaakt.
6. God heeft ons tot een erfdeel van Christus gemaakt.
7. God heeft ons de belofte van een erfenis gegeven.
De roeping van de inidviduele gelovige
De laatste drie hoofdstukken gaan over de individuele verantwoordelijkheid van de gelovige. “Roeping” is tot een bepaalde bestemming, en is dus nogal synoniem met de term “tevoren verordineren” uit hoofdstuk 1. Wij zouden niet wandelen, opdat wij een roeping zouden ontvangen. Nee, het is andersom: “adeldom verplicht”.
Hoeveel verantwoordelijkheid wij dragen, bepaalt God. Als wij sterke gelovigen zijn, dan krijgen wij een grote verantwoordelijkheid. Als ik voor “geloof” het woord “trouw” invul, dan is de gedachte: naar de mate waarin wij trouw zijn, zal Hij ons verantwoordelijkheid geven.
De verantwoordelijke om God te dienen
Wij waren van nature onnut, (Romeinen 3 : 12) maar zijn nu nuttig en bekwaam gemaakt. De bedoeling is dat wij nu God zouden dienen. Aangezien het Werk Gods bestaat uit de opbouw van de Gemeente, zouden wij daaraan bijdragen. In dat Lichaam van Christus hebben wij uit genade een aanstelling in een functie (een “gave”) gekregen. Dat is dus niet het vermogen om iets specifieks te kunnen doen. Het gaat om de verantwoordelijkheid óm het te doen. De gaven zijn er tot dienstwerk, “tot het werk der bediening”. Dat is tot opbouw (stichting) van het Lichaam van Christus. 1 Korinthe 14 : 11: “Alzo ook gij, dewijl gij ijverig zijt naar geestelijke gaven, zo zoekt dat gij moogt overvloedig zijn tot stichting der Gemeente”.
“Tot aan die maat”
Waar wij nuttig geworden zijn, zijn wij betrokken in dit enige Werk dat God doet in onze dagen. Als leden van dit Organisme wordt van ons verwacht dat we daarin onze positie kennen en onze verantwoordelijkheid dragen. En dat “tot aan die maat” waarin wij die persoonlijke verantwoordelijkheid gekregen hebben. Niet meer en ook niet minder. We zouden in de praktijk, als individuele gelovigen, onze bediening leren kennen, weten waar wij voor staan en waarvoor de Heer ons gebruiken wil.
Vrede en genade
De gelovige die “wandelt waardiglijk der roeping, met welke gij geroepen zijt”, (Efeze 4 : 1) krijgt helemaal het eind van de Brief en “vrede en genade” toegezegd. Die is er voor degenen die inderdaad zich het eigendom des Heren weten en bereid zijn te zoeken de dingen die boven zijn. (Kolossenzen 3 : 1)
Efeze 6 : 23, 24
Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus.
De genade [zij] met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.
Deze zegenwens, in de laatste twee verzen het Bijbelboek Efeze, komt in sterke mate overeen met de aanhef van de Brief. Vers 2: “Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus”. Daar ging het over genade en vrede en hier gaat het over vrede en genade.
“Vrede” is de gebruikelijke Joodse groet en “genade” de Griekse groet. Binnen Bijbels verband zijn genade en vrede dé kenmerken van het Nieuwe Verbond en van de daarbij behorende zegeningen. Het “Verbond des Vredes” (Ezechiël 24 : 25; 37 : 26; Efeze 4 : 3) heet het “Nieuwe Verbond”.
Voor de goede verstaander
De laatste verzen aan de Efeziërs, en ook aan ons, zijn niet maar een formaliteit. Ze vormen een heel concrete mededeling, die de goede verstaander zou moeten begrijpen. Een specifieke wens, die niet gericht is aan gelovigen in het algemeen, maar die in het bijzonder gericht is aan hen die gehoor geven aan het woord van deze Brief.
Speciaal voor gelovigen die zich bewust zijn dat ze gekozen zijn uit deze wereld. Die zich bewust zijn dat zij tevoren verordineerd zijn tot zoonstelling. Kortom, die zich bewust zijn dat zij gezegend zijn met elke geestelijke zegening in de hemel in Christus, en dat is niet niks. Voor degenen die daar de consequenties uit trekken is er in elk geval vrede en genade.
Aan de andere kant is het bestemd voor allen. Want hoe dan ook, alle gelovigen zouden zich onderwerpen aan het Woord, zoals we dat in deze hele Brief zijn tegengekomen.
De wapenrusting aandoen
Wij dienen ons bewust te zijn dat wij als kinderen Gods, en zelfs als Gemeente, in beginsel blootstaan aan de sterke werkzaamheid van de tegenstander. Dat is de satan, en daarom zegt de Apostel: “wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht”. (Efeze 6 : 10)
Hij zegt ook: “doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels”. (Efeze 6 : 11)
Deze studie is beschikbaar als gratis PDF – Wire-O ingebonden op papier kan via de printshop (bijv. onlyprint.nl)
Efeze – Bijbelstudie De Brief aan de Efeziërs
Efeze – Efeziërs
Key Takeaways
- De Brief aan de Efeziërs beschrijft zeven geestelijke zegeningen die God ons in Christus biedt.
- Efeze benadrukt de verantwoordelijkheid van individuele gelovigen binnen de Gemeente en hun roeping in Christus.
- Gelovigen worden aangemoedigd om hun positie in het Lichaam van Christus te begrijpen en God te dienen.
- Aan het einde van de brief belooft Paulus vrede en genade aan degenen die zich bewust zijn van hun roeping en status in God.
- De apostel roept gelovigen op om de wapenrusting van God aan te doen, om sterk te staan tegen de tegenstander.

