Titus – Studie nr. 99 uit de serie “De gedachte is …” De Brief aan Titus (statenvertaling.net)
Titus 1 : 4, 5
Genade, barmhartigheid, vrede zij u van God den Vader, en den Heere Jezus Christus, onzen Zaligmaker.
Om die oorzaak heb ik u te Kreta gelaten, opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen, en dat gij van stad tot stad zoudt ouderlingen stellen, gelijk ik u bevolen heb:
Net zoals de twee Brieven aan Timótheüs en de Brief aan Filémon is deze Brief aan een privé-persoon geschreven, volgend op de zeven gemeentelijke Brieven, te weten: Romeinen, Korinthe, Galaten, Efeze, Filippenzen, Kolossenzen en Thessalonicenzen.
Verantwoordelijkheid dragen voor de prediking van het Woord
De Brief aan Titus is dus specifiek gericht aan die gelovigen die in het bijzonder verantwoordelijkheid dragen voor de prediking van het Woord. Titus wordt geacht verantwoordelijk te zijn in een leidinggevende functie onder de gelovigen. Vanwege de “genade, barmhartigheid en vrede” uit vers 4. Die de gelovigen op Kreta zouden hebben “van God de Vader en de Here Jezus Christus, onze Zaligmaker”.
Daarvoor is Titus door Paulus op Kreta achtergelaten, want Paulus vertrok op een bepaald moment. Het doel is: “opdat gij, hetgeen nog ontbrak, voorts zoudt te recht brengen”. Oftewel “in orde brengen”, “er in voorzien”.
Oudsten, ouderlingen, opzieners “stellen”
Wat ontbrak er dan op Kreta? Ouderlingen! Titus zou in de komende tijd van stad tot stad ouderlingen gaan stellen. Namelijk in een functie die doorgegeven wordt, een ambt, een bediening. Titus en Timótheüs hebben eerst zelf dat vak van Paulus geleerd.
Hoe “stel” je oudsten, ouderlingen, opzieners? Door het Woord Gods te prediken. En meer specifiek door het woord Gods toe te betrouwen aan getrouwe mensen, die bekwaam zijn om ook anderen te leren. Want zij zijn per definitie in de Gemeente ouderlingen, oftewel opzieners, dan wel oudsten. (Zie ook studie nr. 60 “Oudsten in de Gemeente”)
Titus moest hen in de praktijk opleiden
De manier van “stellen” is die van opleiden, maar waar het om de Gemeente gaat, bestaan er geen officiële opleidingsinstituten. God gebruikt geen organisaties, maar individuele mensen, ook binnen organisaties. Van “hoger hand”, van Godswege, door Hem die het Hoofd van het Lichaam is, wordt dat geregeld. Het is dan ook de Heilige Geest, de overste Herder, Christus Zelf, die ouderlingen “aanstelt”.
De leden van de Gemeente doen dat uitdrukkelijk niet. Over een “kerkenraad” of iets dergelijks, heeft de Bijbel het al helemaal niet. Het was in de tijd van Paulus en Titus geen kwestie van vrijwilligers aanwijzen. En ook niet van kiezen van en stemmen op kandidaten. De gemeenteleden werden wel gevraagd – “met opsteken der handen” – hen als zodanig te erkennen. Maar eerst moesten ze er dan wel zijn.
Betrouwbaar gebleken gelovigen
De taak van Titus was om betrouwbaar gebleken gelovigen in de praktijk op te leiden tot “dienstknechten Gods”, tot nut (stichting) van de Gemeente. Dat vergde de nodige tijd, mede vanwege de tegenstander, die op diverse manieren probeert te voorkomen dat oudsten naar Gods wil zouden functioneren. Daarom bleef Titus op Kreta en kreeg hij per Brief de nodige instructies.
Onberispelijk zijn
In zowel Titus 1 : 6 als 1 : 7 wordt gezegd dat een ouderling, ook genoemd opziener, onberispelijk zou zijn. Vers 6: “Indien iemand onberispelijk is …” Vers 7: “Want een opziener moet onberispelijk zijn …” De studie van het Bijbelboek Titus zegt daarover:
Kennen jullie iemand die onberispelijk is? Kennen jullie iemand die voldoet aan wat het hier allemaal genoemd wordt? Als het zo is, dat we hier een lijst vinden van eisen waaraan een aan te stellen lid van de kerkenraad, een oudste, een opziener, moet voldoen, dan is er niemand die zich kwalificeert. Zulke mensen bestaan niet, en dat meen ik serieus.
Er worden hier 16 punten genoemd; het bestaat niet dat iemand daar allemaal aan kan voldoen. Zulke mensen vind je niet, en vroeger ook niet. Bijvoorbeeld rechtvaardig zijn. Nou, er is niemand rechtvaardig, en heilig, en kuis, onder de protestanten in ieder geval niet. Je vindt ze domweg niet. Maar waarom staat zo’n lijst dan in de Bijbel? Het is een onmogelijkheid.
Geen lijst van eisen
Het hele punt is dat de manier waarop ik er nou mee aan kom zetten natuurlijk volkomen onbijbels is. Dit is niet een lijst van eisen, waaraan een aan te stellen oudste zou moeten voldoen. Bovendien, wat maakt het ons uit waar hij aan zou moeten voldoen, want wij stellen hem toch niet aan. Dat doet de Heilige Geest. Die stelt dus oudsten aan die niet voldoen aan wat hier staat, is de conclusie.
Maar waarom staat het er dan? Wat is dit voor een lijst? Vele begrijpen het niet, en achteraf begrijp ik ook dat men het niet begrijpt, omdat men de omstandigheden van de oudste eigenlijk niet kent, althans niet van de oudste zoals we die in de Bijbel tegenkomen. Men heeft dikwijls geen idee van, van de aard van het werk van zo’n oudste en van alles wat erbij komt kijken.
Tot dat ambt bekwaam
Titus wordt gezegd dat hij de aan te stellen oudsten zodanig zou onderwijzen (“vermaan hen”) dat ze tot dat ambt bekwaam zouden zijn. Zij zouden “goede werken” voortbrengen. Goede werken zijn in de Bijbel altijd werken tot eer van God. Deze werken zijn tot nut van de Gemeente en in het bijzonder tot stichting (opbouw) van de gemeenteleden.
De bediening van Titus op Kreta is dus gericht op de bouw, de stichting van de Gemeente aldaar. De Gemeente wordt alleen maar gesticht door goede werken, door de werken des geloofs. Al die andere werken dienen tot niks. Ze brengen alleen maar verwarring en maken het dikwijls onmogelijk dat de echte goede werken uitgevoerd worden.
Deze studie is beschikbaar als gratis PDF – Wire-O ingebonden op papier kan via de printshop (bijv. onlyprint.nl)
Titus – Bijbelstudie De Brief aan Titus
Key Takeaways
- De Brief aan Titus is gericht aan gelovigen met verantwoordelijkheid voor de prediking van het Woord.
- Titus moet ouderlingen stellen in de Gemeente, overeenkomstig de instructies van Paulus.
- De aanstelling van oudsten gebeurt door de Heilige Geest, die hen bekwaam maakt.
- Goede werken zijn essentieel voor de stichting van de Gemeente en dienen tot eer van God.
- Ouderlingen, oudsten en opzieners, herders, voorgangers, leraars zijn allemaal aanduidingen van één ambt.
Titus

