Timótheüs – Studie nr. 100 uit de serie “De gedachte is …” De eerste brief van de apostel Paulus aan Timótheüs en de tweede Brief van de apostel Paulus aan Timótheüs (statenvertaling.net)
Gericht aan degenen die verantwoordelijkheid dragen
De instructies in deze Brief zijn niet gericht aan de gelovigen als zodanig en in het algemeen. Ze zijn speciaal gericht aan degenen die in de Gemeente verantwoordelijkheid dragen. Op welk niveau dan ook. Het is een open Brief, en zo aan ons overgeleverd, omdat er vanuit wordt gegaan dat alle gelovigen bereid zouden moeten zijn om verantwoordelijkheid te dragen binnen dat werk des Heren.
De Brief heeft dus in feite geen boodschap voor degenen die niet tot deze verantwoordelijkheid, of deze dienst, bereid zijn. Dit is een bijzondere Brief, omdat daarin instructies gegeven worden i.v.m. de gang van zaken in de Gemeente en zelfs v.w.b. enige organisatorische, dan wel huishoudelijke aangelegenheden met betrekking tot de Gemeente.
De hoofdgedachte
De hoofdgedachte in het eerste hoofdstuk is dat onze zorg en belangstelling niet uit zou gaan naar de wereld als zodanig, maar naar het werk Gods, waarin Paulus het grote voorbeeld is. Deze gerichtheid op Christus zouden wij vasthouden, naar voorbeeld van de apostel Paulus.
Men zou aan dat Woord vasthouden. “Vermaan in alle lankmoedigheid en alle leer”, zegt Paulus in 2 Timótheüs 4 : 2. Het impliceert dat men lang moedig zou zijn. De “leer” is namelijk ook lang moedig, want die blijft altijd gelijk. Daar verandert niks aan en aan die lange moedigheid zou dus ook nooit wat veranderen. Het Woord van God blijft, is altijd van toepassing. Het blijft ook altijd actueel, omdat het niet “met de tijd meegaat”.
2 Timótheüs 4 : 7, 8
Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden;
Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.
Aldus de apostel Paulus aan het einde van zijn gevangenschap in Rome. Hij schrijft twee Brieven aan Timótheüs, die hij “mijn zoon” noemt, in de zin van “opvolger”. Timótheüs dient op dat moment in de Gemeente, die te Efeze is. In 1 Timótheüs 1 : 18, 19 schrijft Paulus: “Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheüs, dat gij naar de profetieën, die van u voorgegaan zijn, in dezelve den goeden strijd strijdt; Houdende het geloof, en een goed geweten, hetwelk sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben”.
Men zou “het geloof houden”, vasthouden dus, daar uit leven en dan een goed geweten hebben, want dat is de uitwerking van het Woord Gods. Het reinigt namelijk ons geweten. Dat sommigen, die dat geloof en een goed geweten “verstoten hebben” (= met geweld) “van het geloof schipbreuk geleden hebben” (uit koers geraakt zijn), wil niet zeggen dat ze ineens ongelovigen of niet wedergeboren mensen zijn. Dat kan namelijk niet, maar ze hebben opgehouden uit het geloof te leven, is de gedachte.
Wij kunnen, mogen en zouden de Here Jezus Christus dienen
In deze Brief gaat het er over dat Christus Jezus gediend zou worden als Heer. Naar Bijbelse maatstaven is de mens per definitie een dienstknecht. Gelukkig kunnen en mogen en zouden wij de Here Jezus Christus, dan wel God, dienen. Dat is reden tot dankbaarheid, want dan ben je tenminste met iets zinnigs bezig en bovendien levert het nog loon op “in die dag”. (2 Timótheüs 1 : 12, 18) Dat gaat over ”de opname van de Gemeente”. Of: de dag van onze “openbaring voor de rechterstoel van Christus”. (2 Korinthe 5 : 10) “De dag van onze zoonstelling”. (Romeinen 8 : 23)
Paulus vergeet daarom “hetgeen achter is”, en strekt zich uit tot “hetgeen voor is”. Hij “jaagt naar het wit”, (Filippenzen 3 : 14) omdat hij een prijs zou ontvangen. De ereprijs namelijk, de beloning “tot de prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus”. Dat is de “hemelse roeping”. (Hebreeën 3 : 1) Elke gelovige is daartoe geroepen en waartoe is een gelovige geroepen? Tot zoonschap. Geroepen om “den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn”. (Romeinen 8 : 29)
“De kroon der rechtvaardigheid”
Dat wordt in 2 Timótheüs 4 : 8 beschreven als: “Voorts (= in de toekomst) is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid”. Die “kroon”, een symbolisch beeld van heerlijkheid, majesteit en heerschappij, krijgt de gelovige op “rechtvaardige grond”, omdat hij gedaan heeft wat hij doen moest, namelijk in overeenstemming met het recht de loop lopen, oftewel de strijd strijden.
Het principe is dat men een kroon ontvangt op voorwaarde dat men getrouw loopt. Die kroon ligt dus wel klaar, maar als u onderweg gediskwalificeerd wordt, dan krijgt u hem niet. Dus “houd dat gij hebt”. (Openbaring 3 : 11) Als wij kronen ontvangen, is dat niet vanwege ons, maar omdat de Heer zelf getrouw geweest is in Zijn werk in ons. Dat wordt symbolisch uitgebeeld in “wierpen hun kronen voor de troon”. (Openbaring 10 : 11, 12)
Deze studie is beschikbaar als gratis PDF – Wire-O ingebonden op papier kan via de printshop (bijv. onlyprint.nl)
1 en 2 Timótheüs – Bijbelstudie twee Brieven van Paulus aan Timótheüs
Timótheüs
Key Takeaways
- De studie behandelt de brieven van Paulus aan Timótheüs, speciaal gericht aan degenen die verantwoordelijkheid dragen binnen de gemeente.
- Paulus benadrukt het belang van vasthouden aan het geloof en het goede geweten, ondanks tegenslagen.
- De gelovigen ontvangen de kroon der rechtvaardigheid op basis van trouw en het strijden van de goede strijd.

