Leger des Heils of Paus voor daklozen?

0

Een Utrechtse straatverkoper haalde het wereldnieuws. Hij mocht de Paus interviewen voor een artikel in de daklozenkrant. Het interview zelf was dus “groot nieuws”. De hoofdredacteur was zelfs ontroerd door de massale aandacht voor Straatnieuws.

Verder bleek het belangrijk dat de Paus wel een bezoek zou willen brengen aan het Nederland onder leiding van zijn landgenote Maxima. Tricky oproep, gezien de ervaringen met het vorige staatsbezoek van een Paus. Hij vertelde nog wat over zijn jeugd-ambities, hij wilde slager worden, zijn bezorgdheid voor de armen, over de bekendheid die het pausschap met zich meebrengt en hoe hij in deze baan terecht gekomen is. Wellicht nog wat ditjes en datjes, maar dat weet ik niet, want ik ben niet meer in Utrecht geweest om een felbegeerd exemplaar van deze straatkrant te bemachtigen. Een vooraankondiging over hoe de Paus op een dringende wijze de zich als ongelovige presenterende dakloze aanspoorde om zich zonder dralen tot de Here Jezus Christus te wenden teneinde uit genade het onvergankelijke leven als Nieuwe Schepping te verkrijgen, ontbrak helaas. Ik heb zo’n vermoeden dat het ook niet in het artikel staat. Een gemiste kans. Alweer! Weer geen Evangelie vanuit de man waarvan officieel gezegd wordt dat hij de “plaatsvervanger van Christus op aarde” is. Nou is deze claim ook niet echt serieus te nemen, zo blijkt als de Paus “Jezus kwam ook als dakloze ter wereld”, laat noteren, zodat het algehele – maar volkomen onterechte – beeld, dat Jezus en zijn familieleden armoedige timmerlui waren, maar weer eens in alle kranten “bevestigd” wordt. Van een “plaatsvervanger” mag je toch verwachten dat deze weet hoe de familiegeschiedenis in elkaar steekt? De Paus weet dat niet of vertelt het niet.

Het wereldnieuws bereikte mij net nadat ik het dikke boek over William Booth (dat is ook de titel), zijn gezin en de (ontstaans)geschiedenis van het Leger des Heils uit had gelezen. In 1936 schreef J.H. Gunning zijn bevindingen op over de man die “de Stichter” wordt genoemd van de organisatie die inmiddels grote bekendheid heeft en veel goed werk gedaan heeft en doet, met name onder daklozen en anderen die zeer laag of helemaal niet op de bekende maatschappelijke ladder staan. Ik wilde weleens wat meer weten over de geschiedenis van dit leger en dit boek voorziet daar uitstekend in. In ieder geval wordt goed duidelijk waarom generaal Booth, zijn vrouw, zijn kinderen en zijn talrijke medestrijders zo hartstochtelijk en vasthoudend hun werk ter hand namen en bleven uitvoeren. Zij waren niet alleen oprecht begaan met het lot van de armste en beklagenswaardigste mensen, maar zij wisten ook heel goed dat het de Here Jezus Christus persoonlijk is die verlossing van zonde en de genadegift van het eeuwige leven geeft aan degenen die zijn of haar knieën buigt voor Hem. Voor die combinatie hebben zij zich met al hun kracht ingezet. Wat een vuur, wat een ijver, wat een Evangelie! Geen hulpbehoevend mens kon in die dagen aan die boodschap ontkomen. Zeer velen kwamen er door tot geloof. Hét Evangelie van Christus was het eerste, danwel het belangrijkste, dat hen verteld werd. Dat alles durf ik wel te concluderen, zonder een aantal zaken uit het oog te verliezen. Ik ben en word geen lid van dat leger. Organisatie, regels en wetten, vastgelegde verklaringen en weinig tijd/aandacht voor kennis en geestelijke groei, doen wat mij betreft afbreuk aan de prima wijze waarop vroeger het allereerste Evangelie werd verkondigd. Niettemin respect voor het brengen van de enige boodschap die werkelijk een oplossing brengt voor de problemen van de zondaar. Dank voor hun ongecompliceerde aandeel in het redden van zoveel mensen voor de eeuwigheid.

Zouden de soldaten, kolonels, korporalen van dit bijzondere leger het in deze tijd nog zo doen? Ik kan daar geen oordeel over vellen; ik heb daar onvoldoende inzicht in. Ik hoop echter dat zij niet alleen aandacht hebben voor de vleselijke behoeften van de daklozen en behoeftigen, maar dat zij altijd – en zonder terughoudendheid – zullen wijzen op de noodzaak om tot persoonlijk geloof te komen in de Here Jezus Christus. Uiteindelijk blijft namelijk de wedergeboren mens over. Het stoffelijke zal vergaan, maar wie op grond van zijn of haar geloof in Christus toegevoegd is aan Zijn Lichaam, Zijn Gemeente, heeft de eeuwigheid en dat in alle volmaaktheid. Daar gaat het dus om. William Booth wist dat en handelde er naar met een ongekende drive, volgens het boek van Gunning. Of hij dingen nu wel goed of niet goed aangepakt heeft, de bekering van de zondaar tot Christus, was altijd zijn boodschap. Hij verkondigde die korte en heldere oproep tot redding luid en duidelijk, zijn leven lang. Misschien kunnen de huidige leden van het Leger des Heils in Utrecht het nog eens proberen bij de interviewer van de Paus. Óf hij heeft de goede boodschap nog niet gehoord of hij wil het niet aanvaarden, dat kan ook, helaas. Uit zijn getuigenissen in de talrijke media kwam ook niet naar voren dat hij Christus gevonden had tijdens of na zijn bezoek aan het Vaticaan. Het was hem kennelijk ook daar niet verteld, zelfs niet toen hem de rozenkrans, inclusief kruis en corpus, cadeau werd gedaan. Althans, het wordt nergens verteld. Hoe is het mogelijk, vooral als je je bedenkt dat een zeer groot publiek bereikt had kunnen worden met de enige boodschap tot leven die er is voor de mens. Wat een getuigenis zou dat geweest zijn, zowel van de Paus als van de bekeerde zondaar, die uitzichtloos leven ingeruild zou hebben voor eeuwig leven in Christus.

Mijn conclusie is dat het interview, dat het tot wereldnieuws schopte, aangeeft dat een dakloze (dit geldt natuurlijk voor ieder mens) niet bij de Paus moet zijn voor de Woorden Gods. Ik hoop dat men daarvoor in deze dagen wel terecht kan bij het Leger des Heils.

Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. (Johannes 3:16)

Opdat, gelijk de zonde geheerst heeft tot den dood, alzo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid tot het eeuwige leven, door Jezus Christus onzen Heere. (Romeinen 5:21)

(Bekeken: 535 keer, 1 x vandaag)
Delen via:

Over de auteur

Wim de Goeij

Ik geloof al wat de Heer gesproken heeft in Zijn Woord de Bijbel. Als wedergeboren kind van God is het mijn doel dat Woord te onderzoeken en goed te verstaan. Ik hou niet van religie en ben niet verbonden aan enige denominatie.

Reageren