Is de mens van nature goed?

1

Is de mens van nature goed? Dit is een vraag die de filosofen door de eeuwen heen gesteld hebben en die over het algemeen beantwoord kan worden met een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’. De meesten kiezen in dit geval niet voor het ‘grijze gebied’ of ‘de gulden middenweg’. Het is dan ook een eenvoudig gestelde vraag en als zodanig een goede scheiding tussen de mensen die ‘m met ‘ja’ beantwoorden en de mensen die met ‘nee’ zeggen. Het antwoord wordt namelijk bepaald door je visie op de mens en bepaalt zeer sterk hoe je met bepaalde situaties, ideeën en principes omgaat.

Alvorens hem te beantwoorden een paar anekdotes. Toen mijn oudste zoon geboren was, hield ik direct zielsveel van hem, hoewel hij niet veel meer deed dan slapen, drinken, huilen, rondkijken en luiers bevuilen. Activiteiten waar op zich niet veel goeds aan is. Zoals het goede ouders betaamt gaven we hem voeding. Het jochie groeide als kool en kroop al snel over de grond het huis door. Stopcontacten, rondslingerende voorwerpen, vaatwerk en de kat waren niet langer veilig. Het vaatwerk voortaan dus buiten bereik van zoonlief gehouden en we hebben hem geleerd de kat te aaien in plaats van aan haar staart op te tillen, hoe leuk ze dan ook doet. Op het kinderdagverblijf bleek onze jongste telg zeer genegen tot kattenkwaad en moest hem geleerd worden geen speelgoed af te pakken van andere kinderen, geen buitensporig geweld te gebruiken wanneer men hem zijn zin niet gaf en om te praten en te overleggen. Kleine kinderen worden groot en de dag kwam dat eerst oudste zoon en later ook jongste zoon naar school mochten. Aldaar was het niet veel anders dan thuis. Allerlei regels en afspraken die er voor zorgen dat de kinderen normaal met elkaar omgaan, thuis net zo goed als op school. Echter er is wel een zekere mate van verandering dan wel aanpassing, jurisdictie en jurisprudentie zo u wilt. Was er eerst sprake van dat de kinderen gevoerd moesten worden, later moesten ze zelf leren eten. Was er eerst sprake van dat ze absoluut bij messen, hamers en bijlen uit de buurt moesten blijven, inmiddels moeten ze hun mes gebruiken om hun boterham te smeren en mogen ze proberen met een hamer spijkers in een plank te tikken. Voor bijlen geldt officieel nog steeds een verbod overigens.

Deze anekdotes, die waarschijnlijk zeer herkenbaar zijn, maken hopelijk iets duidelijk. Vroeger zullen velen van ons ook door deze fasen gegaan zijn en onze ouders hebben ons opgevoed tot verstandige, volwassen mensen met een redelijk normbesef en een notie van goed en kwaad. In hoeverre dat gelukt is, laten we nu maar even buiten beschouwing… Deze normen en waarden bezitten we niet van nature. “Ten diepste is ieder mens egoïstisch”, zei iemand mij eens en ik denk dat dit waar is voor de natuurlijke/lichamelijke mens. Voor zover er iets goeds in ons is, wordt dit er van buitenaf in gebracht of van bovenaf opgelegd door iemand met autoriteit. Opvoeding heeft namelijk alles te maken met autoriteit. Kinderen moeten naar hun ouders luisteren, zoals ouders naar hun kinderen luisteren. Echter kinderen moeten ook leren hun ouders te gehoorzamen, iets wat andersom absoluut niet het geval is en zelfs een zeer verwoestende uitwerking heeft op het gezin en de samenleving.

Opvoeding heeft dus te maken met autoriteit en autoriteit gaat samen met gezag en vertrouwen. Kinderen leren door hun opvoeding om hun ouders te gehoorzamen. Zeker wanneer ouders zeggen wat ze doen en waarom ze dat doen en vervolgens ook doen wat ze zeggen. Kinderen leren zo om hun ouders te vertrouwen en aanvaarden het gezag van hun ouders. Gezag hebben is immers dat men doet wat je zegt. In het onderwijs niet anders: leren is nauwelijks iets anders dan geloven wat je verteld wordt en vertrouwen dat wat je leest waar is. Wellicht dat men daarom ook af wil van de docent als leraar en hem een rol in de marge, als coach wil geven. Het afschaffen van de autoriteit in het algemeen leidt tot problemen. Veel problemen in het onderwijs komen voort uit gedrag van leerlingen die niet hebben geleerd om te gehoorzamen en het gezag van de leraar te accepteren. Men heeft simpelweg nauwelijks nog notie van autoriteit. Overigens niet slechts een probleem in het onderwijs, maar in de hele samenleving.

De samenlevingen of ideologieën waar men uit gaat van de humanistische dan wel socialistische opvatting van de gelijkheid van de mens, zijn de samenlevingen die het meeste aantal slachtoffers eisten onder hun inwoners. Stalin, Mao en hun gelijkgestemden hadden als ideaal: alle mensen gelijk. Wanneer de norm en goed en kwaad wordt bepaald door de opvatting van de maatschappij, is niemand meer veilig en zal de minderheid altijd slachtoffer worden van de meerderheid. De geschiedenis staat bol van mensen die door hun doen en denken toonden dat mensen niet elkaars gelijke zijn en zij zijn vrijwel allen een voortijdige dood gestorven. Maar ook een klaslokaal, een kinderdagverblijf of gewoon een woning, zij zijn veilig voor de aanwezigen wanneer er een zekere hiërarchie is, wanneer er iemand is die autoriteit heeft over de anderen en dus over hen gesteld is. Hetzij een leerkracht of een ouder. Hun besef van goed en kwaad brengen zij over op degenen over wie zij gesteld zijn.

Het besef van goed en kwaad wordt dus van bovenaf bijgebracht door iemand met autoriteit. Besef van goed en kwaad zorgt ervoor dat we weten wat zonde is. De Bijbel zegt het als volgt: door de wet leer ik mijzelf kennen als zondaar en leer ik God kennen als goed. Het is immers God Zelf Die de wet gegeven heeft, maar al duizenden jaren voor die tijd was het Kaïn die prima door had dat moord niet goed is. Oog om oog en tand om tand is de penitentiaire variant op actie leidt tot reactie. Reeds bij Adam en Eva begon het besef van goed en kwaad. Onlosmakelijk verbonden met de sterfelijkheid van de schepping.

Dingen stuk maken, van iemand afpakken, elkaar pijn doen, egoïsme: we hoeven het niet te leren, het kost nauwelijks moeite, maar het gaat vrijwel vanzelf. Het kwade komt bijna automatisch voort vanuit ons lichaam. Het is onze geest die leert om zichzelf en het lichaam te bedwingen en op zijn minst rekening te houden met de ander, dit gaat gepaard met enige moeite. Wanneer wij echter helemaal niets zouden doen, zouden wij binnen enkele dagen gestorven zijn. Het kwaad en de dood heersen in ons lichaam en in de gehele schepping. Wanneer je niets doet aan het onderhoud van gebouwen, meubels of schilderijen, gaan ze niet bijzonder lang mee, maar vergaan ze binnen de kortste keren.

Onze sterkste spieren zijn de spieren die ons overeind houden. Leven/activiteit kost kracht, we moeten ons op zijn minst voeden. Ons lichaam voeden we met hetgeen lager is dan wij. Onze geest voeden we als het goed is met hetgeen hoger is dan wijzelf. Onze lichaam zou namelijk onze geest gehoorzaam zijn, dus er is communicatie tussen lichaam en geest, tussen doen en denken.

Maar diezelfde hiërarchie in ons lichaam vinden we in een gezin, in een dorp of stad, in een maatschappij. Het is niet toevallig dat het prettig is om ergens te zijn wanneer iedereen er zijn plek kent. Wanneer er niet getornd kan worden aan de afspraken en regels. Probleem met de democratie is dat er nauwelijks nog hiërarchie is. Het is geen toeval dat de veiligste, prettigste samenlevingen een (constitutionele) monarchie als regeringsvorm hebben. De koning is zijn leven lang opgevoed en voorbereid op zijn taak en heeft als het goed zijn leven lang de verantwoordelijkheid over de overheid, de regering en het volk. Een koning zorgt dus voor continuïteit en stabiliteit, terwijl een staatshoofd die iedere 4 jaar gewisseld wordt zorgt voor instabiliteit en discontinuïteit. Om nog maar te zwijgen over situaties waarin helemaal niet duidelijk is wie het gezag heeft of waar men het gezag van de overheid niet wil erkennen.

De koning zelf weet, als het goed is, ook Iemand boven zich. De koning zou namelijk onderwezen zijn in Gods Woord. Deuteronomium 17 vers 18 t/m 20 legt uit dat de koning (dagelijks) onderwezen zou worden in Gods Woord. Het is niet voor niets dat David in Psalm 51:5 zegt: “tegen U heb ik gezondigd”. Hij beseft een zondaar te zijn, net als ieder ander. De mens wordt zondig geboren zegt hij in het volgende vers. Ik weet het: wij leven niet meer ten tijde van het Oude Testament, dit heeft zijn rechtsgeldigheid verloren toen Jezus riep: “Het is volbracht” en stierf aan het kruis. Maar ook Paulus, in Romeinen 7:19, zegt “Het kwade wat ik niet wil, dat doe ik”.

Dus nee, de mens is van nature niet goed. Paulus zegt dat hard, maar duidelijk in Romeinen 3, het hoofdstuk dat eindigt met: “Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt”. Paulus zegt in de aanloop naar die conclusie onder andere het volgende: “Er is niemand, die verstandig is, er is niemand, die God zoekt. Allen zijn zij afgeweken, te zamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot een toe”.

De mens wordt opgevoed door de regels die we afleiden uit de Wet. Tegelijkertijd beseffen we allemaal dat we tekortschieten. Dat is het nut van de Wet. De Wet is onze tuchtmeester (oud woord voor opvoeder of pedagoog) tot Christus. Een van bovenaf opgelegde wet leert de mens zich goed te gedragen, maar verandert niets aan zijn innerlijk. Daarom zegt de Heer “Ik zal Mijn Geest in u geven”. De Geest van Christus, uitgestort in de harten van de gelovigen, zoekt ook vandaag nog de ingang van het hart van de (on)gelovige, om van binnenuit iets goeds tot stand te brengen. Een nieuwe – volmaakte – schepping (de nieuwe mens) die van binnenuit zijn uitwerking heeft in ons leven.

Laten we ons denken dus in de eerste plaats voeden met Zijn Woord, al het andere vloeit er uit voort.

Is de mens van nature goed?

Is de mens van nature goed?

(Bekeken: 254 keer, 1 x vandaag)
Delen via:

Over de auteur

Willem van Stempvoort

Ik ben gelukkig getrouwd, vader van 2 jongens, christen en leraar biologie en geschiedenis op een christelijke middelbare school in het midden van het land. Veel van mijn inspiratie voor mijn blogs komt vanuit deze vakken. Die bevestigen dat de Bijbel het Woord van God is.

1 reactie

  1. Er bestaat niet zoiets als goed of slecht, alleen zoiets als in sommige situaties de moreel juiste keuze maken en in sommige situaties de wat minder morele keuze te maken. Zwart wit denken is iets heel slechts en groeit meestal zoiets uit als racisme en haat…

Reageren