62. Gelovigen, ongelovigen en kinderen

3

Johannes 3 : 16, 18

16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

18 Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God. Gelovigen, ongelovigen en kinderen

De mensheid is – wat de Bijbel betreft – verdeeld in gelovigen en ongelovigen. Wie gelooft in (vertrouwt op) de Here Jezus Christus hééft het eeuwige leven, wat er ook gebeurt. Hij of zij komt niet onder hetzelfde oordeel Gods waaronder de ongelovige zichzelf stelt. Wat heerlijk simpel is deze keuze toch. Helaas te simpel voor religie en veel individuen die er van alles aan gedaan hebben en nog doen om “in Hem geloven” van haar eenvoud te ontdoen. Geloven, en helaas in de praktijk vooral niet-geloven, is een zaak van volwassenen. Want zij kunnen bewust een keuze maken of ze wel of niet de Woorden Gods aanvaarden.

Hoe zit het dan met degenen die niet zelfstandig een keuze kunnen maken? Kinderen behoren onder andere tot die groep. Tot welke conclusies leidt de Schrift ons aangaande kinderen van gelovigen en ongelovigen in de verschillende bedelingen? In ieder geval tot een scherp bewustzijn van de verantwoordelijkheid als volwassenen en/of als ouders als het gaat om het afwijzen of aannemen van (oftewel geloven ín) Zijn eniggeboren Zoon.

Nr. 62 – A4 – 33 pag. – € 4,80 (excl. porto)
Lees verder in de PDF

Gelovigen, ongelovigen en kinderen

Gelovigen, ongelovigen en kinderen

(Bekeken: 1.050 keer, 1 x vandaag)
Delen via:

Over de auteur

Vlichthus bijbelstudies

De studies onder "De gedachte is", zijn door Ab Klein Haneveld uitgesproken en door anderen op schrift uitgewerkt. Er zijn twee formaten en afwerkingen: horizontaal A4 (wireO) en horizontaal A5. In beide versies is ruimte voor aantekeningen. Te bestellen en gratis te downloaden als PDF.

3 reacties

  1. Sjors Roosenbrand on

    Hallo,

    Je schrijft:

    “We kunnen ons afvragen wat dan het tijdstip is dat zo’n kind, nu in onze bedeling, wedergeboren wordt, maar maakt dat iets uit? Het zou niets uit moeten maken, want de Bijbel zegt niet dat voldaan moet worden aan de eis van wedergeboorte, men moet beantwoorden aan de eis van geloof.”

    Hoe moet ik deze uitspraak bekijken in het Licht van wat de Bijbel hierover te melden heeft:

    “Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” (Joh.3:3)

    Met vriendelijke groeten,

    Sjors

    • Het “Tenzij dat iemand wederom geboren wordt…” is een conclusie die volgt op tot persoonlijk geloof komen in de Here Jezus Christus. Daartoe roept de Bijbel op. Wie dat doet wordt wedergeboren tot Nieuwe Schepping. Aan die wedergeboorte kan de gelovige op zich niets doen. Het gebeurt gewoon als gevolg van. Aan tot geloof komen kan de mens uiteraard wel wat doen. Daarvoor moet de mens in kwestie kiezen. De conclusie is dan dat als iemand niet wedergeboren is, en dus niet tot geloof gekomen is, hij of zij het koninkrijk niet kan zien oftewel ingaan. Geloof en wedergeboorte liggen uiteraard wel dicht bij elkaar. Maar tot geloof komen is als eerste in “de rij” en daar wordt ook veelvuldig toe opgeroepen.

      • Sjors Roosenbrand on

        Je schrijft:

        “Nergens in de Bijbel wordt geleerd dat de mens in het boek des levens ingeschreven wordt, maar er wordt wel geleerd dat hij eruit geschreven kan worden. (o.a. Openbaring 3 : 5) Dat wil zeggen dat hij erin staat, tenzij hij op het tegendeel prijs stelt.”

        Als ik het goed begrijp maakt dit dus van alle mensen je broeders en zusters, tenzij ze dit niet op prijs stellen? Ik vind dit op zijn minst een eigenaardig concept dat neigt naar oecumenisme. Ik lees in de Bijbel toch iets anders:

        “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, niet uit de wil van vlees en ook niet uit de wil van een man, maar uit God geboren zijn” (Joh.1:12-13).

        Kinderen van God zijn niemand minder dan zij die uit God wedergeboren zijn, het Goddelijke leven bezitten en door Gods Geest geleid worden. Alle anderen zijn onze naasten of medemensen die we uiteraard moeten liefhebben en helpen, maar dat zijn geen “kinderen van God”. Vanzelfsprekend wens ik ze het van harte toe dat dit wel het geval moge worden.

        Uitgeschreven worden uit dat Boek des Levens is een onherroepelijk besluit m.i. Daar kan men niet op terugkomen door alsnog te pleiten op het offer van Christus. Zou het wellicht mogelijk zijn dat er twee boeken bestaan bij God? Een boek waarin alle levenden staan geregistreed en een Boek des Levens waarin allen geregistreed staan die het eeuwige leven beerven?

        Verder kan ik me wel vinden in het idee dat kinderen niet ongelovig kunnen zijn. Wat wij beslissen te doen met Jezus, zal het verschil uitmaken tussen hemel of hel. Daarvoor is inderdaad een bewustzijn nodig die men pas heeft als men de leeftijd van verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid heeft bereikt. Echter gaat het in dat geval om wat men doet, maar er is m.i. ook nog zoiets als wat men is, namelijk men is ontvangen in zonde. Wat te doen met dat gegeven? Wat ik ook moeilijk vind is om dit “volwassen zijn” leeftijdsgerelateerd te maken. Elke persoon is uniek en heeft unieke mentale capaciteiten of beperkingen (afhankelijk vanuit welke invalshoek men dit bekijkt), en God alleen weet wanneer een individu oud genoeg is om Christus af te wijzen of Hem aan te nemen. Ik heb met kinderen gewerkt waarvan ik me ernstig afvraag of ze uberhaubt de leeftijd zullen bereiken waarop ze verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de keuzes die ze maken. Het begroot me dan om te zien dat ze 18 worden en pas met een vangnet te maken krijgen als ze de verkeerde keuzes maken, helaas bestaat dat net maar al te vaak uit tralies…

        Persoonlijk heb ik geen moeite met het idee dat kinderen die sterven veilig zijn in Zijn armen. Of dit ook zo zal zijn, valt wellicht het best te beantwoorden met een andere Bijbelse vraag:

        Zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen? (Gen.18:25)

        Met vriendelijke groeten,

        Sjors.

Reageren